|
Tekst en foto's: Martin de Winter
| | | | | |  | | | | | |
Voorwoord: Eind maart 2002 vertokken we met z’n vijven naar China met als hoofddoel via China, Tibet binnen te gaan en aldaar samen met duizenden pelgrims een ronde te lopen rond de heilige berg “Mount Kailash”. Helaas Tibet kwamen we niet in. Als alternatief zijn we al improviserend langs de oostelijke grens van Tibet getrokken Het bleek een reis te worden vol aangename (……en minder aangename) verrassingen en ontmoetingen. Door het aaneensluiten van tijdens de reis verzonden e-mails en het hieraan toevoegen van foto’s is in dagboekvorm dit verhaal ontstaan. Veel leesplezier!!!
Tijdindicatie: 28 maart t/m 16 mei China 17 mei t/m 24 juni Noord India
28 maart 2002, NinHao (hallo), Champagne De vlucht vanuit Amsterdam ging soepel, onze ticket werden voor het stuk naar Wenen geüpgrade naar business class en zaten dan ook al om 11.00 aan de champagne met verse zalm. Na een overstap in Wenen direct door naar Beijing (Peking). Na 9uur vliegen mochten we er eindelijk uit en waren we in China. In Peking spreken
| |  | | | sommige mensen nog een paar woorden engels en verder is het behoorlijk behelpen met handen voeten en rare keelklanken, raar volkje die Chinezen. In Beijing hebben we een aantal dagen doorgebracht (1 dag langer dan gepland maar daar komen we straks op) o.a. de sightseeings afgewerkt, The Summer Palace, Palace of Heaven en de Forbidden City, alle plaatsen met mooie chinese tempels zoals je ze uit de films kent compleet met de gebogen dakjes en alles erop en eraan. Verder hebben we een bezoek gebracht aan de "Chairman" Mao, die ligt hier in een reusachtig mausoleum opgebaard. Vreemd gezicht, die man is in 1976 gestorven en wordt hier dagelijks door duizenden chinezen aanbeden. Het plein van de hemelse vrede is reusachtig groot, je kent het misschien van de TV, het plein waar vroeger duizenden soldaten hun show opvoerden voor de leider van de culturele revolutie uncle Mao. Die man heeft echt hele zieke ideeën gehad en het ergste is dat hij ze nog heeft uitgevoerd ook.
Massage Na een aantal dagen wilden wij verder per trein naar Xi'an, na flink haasten kwamen wij op het station aan en daar bleek de grote taalbarrière toch te zorgen voor een flink probleem, van al die gekke tekens snappen wij natuurlijk geen ene bal. Wij stonden dus op een verkeerd trein station. Gehaast naar het goede station maar helaas een kwartier te laat. Een aardige engels sprekende chinees heeft ons erg geholpen bij het laten overzetten van het (niet bepaald goedkope) treinkaartje naar een dag later (kregen wel een soort boete toeslag, maar goed wij waren allang blij). Dus nog maar een dagje Peking, ik ben naar de kapper geweest, lekker hoor dat was een heel ritueel, wassen ..hoofdmassage..knippen en weer wassen, toen kwam de vraag of ik mee naar achteren wilden voor een volledige chinese massage......eeehhh nee geen tijd ik moet m'n trein halen!?! Na een 14 uur durende treinrit zijn we aangekomen in Xi'an, daar hebben we het zgn. Terracotta Leger bezocht, heel bijzonder. Ze hebben in 1974 per toeval een heel leger bestaande uit zo'n 6000 levensgrote en levensechte kleipoppen | |  | | | ontdekt zo'n 5 meter onder de grond. Deze waren ooit bedoeld om de tombe van een dode keizer te bewaken, beetje bizar wel, ik zei het al een raar volkje die chinezen. s'avonds weer door met de trein naar Lanzhou, hier zijn we vanmorgen na weer zo'n 13 uur treinen aangekomen. De treinen zijn redelijk goed, s'avonds maak je nog een bakje noodles klaar, slurp je, net zoals de chinezen dat doen, naar binnen en dan ga je plat. De chinezen hebben ondertussen toch ook wat meer manieren gekregen, ze rochelen constant, komt echt uit hun tenen, maar ze spugen het nu niet meer op de grond maar "netjes ???" in de vuilnisbak of wasbak. Vanavond om 21.10 stappen we weer op de trein om na ca. 24 uur treinen aan te komen in Golmud, dat gaat hopelijk onze "deur naar Tibet" worden. Het Chinese eten is heel goed, eten met stokjes en zowel het ontbijt, middag- en avondeten bestaat uit allerlei lekkere dingen o.a. rijst, rijst, rijst...nee hoor valt mee, de keuken is echt heel uitgebreid, allerlei soorten vlees, vis, gevulde deegachtige dingen met vlees en/of groenten en veel verschillende marinades en sausjes. Ik kan daar geloof ik best aan wennen! Tot zover de 1e week. Zaijian!!! (tot ziens)
06 april 2002, Frustrerend t'is lastig typen, zit hier in een klein internet cafeetje met toetsenboorden waar bijna geen letter meer op staat, moet ff de handigheid krijgen in het vinden van de juiste letters! tjee lijkt wel blindtypen. Gisteren zijn we aangekomen in Golmud, vanwaar wij gehoopt hadden Tibet in te kunnen gaan. Helaas, de Chinezen hebben de deuren weer keihard dichtgegooid. Gisteren in de trein voelde we al nattigheid, er stonden ineens allemaal uniformen voor ons, wij begrepen hun niet en zij ons niet. Vanmorgen hebben we van alles geprobeerd bij de CITS (Chinees International Tourist Service) maar "vrij" rondreizen is sinds vorige week vrijdag weer vrijwel onmogelijk gemaakt. Wij kunnen ons wel een weg naar binnen kopen voor zo'n 3000 pieken p.p., alles wordt dan compleet voor je geregeld zodat dus al je stappen gevolgd worden. De Chinezen krijgen ook nu weer hun zin: geen pottenkijkers in Tibet!! Is wel frustrerend, je voelt je behoorlijk genaaid door de burocratie. We wisten van tevoren dat het lastig zou worden om door Tibet te reizen, maar hadden niet verwacht dat Lhasa (hoofdstad v. Tibet) in tegenstelling tot wat je in de boekjes leest, ook al onbereikbaar lijkt te zijn.
| | |  | | | | | Vanavond springen we weer op de trein terug naar Lanzhou. Golmud is het eindpunt en ligt in de middle of nowhere, je hebt hier dan ook alleen wat te zoeken als je naar Tibet wilt. Je zit hier op een kleine 3000m hoogte in een woestijnachtige hoogvlakte. Tijdens de treinreis zie je soms wat wilde kamelen rondlopen, verder is het een enorme uitgestrekte vlakte onderbroken door steppeachtige stukken. Het is goed te merken dat westelijk China een stuk armer is dan het oostelijke deel rond de hoofdstad Beijing, engels wordt hier niet of nauwelijks gesproken, toeristen zie je niet meer, de treinen zijn oud en vies en de mensen spugen en boeren zoals het ze uitkomt, zelfs op het vloerkleed in de trein wordt er vrolijk oplos gerocheld Ga je toch best wel alle ingespoten vaccinaties waarderen kan ik je zeggen! Het plan is nu om vanuit westelijk China richting het zuidelijke Chengdu te reizen. Oostelijk van Chengdu is een gebied wat vroeger tot Tibet behoorde en ook nu nog hoofdzakelijk door Tibetanen wordt bewoond. Dit gebied valt nu buiten de TAR (Tibetan Autonomous Region)en is hopelijk ook voor westerlingen gemakkelijker te bereizen. We zullen het wel gaan beleven.
18 april 2002, Dag allemaal, we gaan de draad weer oppakken vanaf onze dip in Golmud. We hebben maar niet meer tijd verspilt en zijn gelijk op de trein gesprongen. Na 18 uur treinen, het blijft een groot land, zijn we aangekomen in Lanzhou. We gaan vanaf hier voorlopig de trein inwisselen voor bussen. We gaan het Oostelijk Tibet in. Onze eerste stop is in het plaatsje Linxia in de provincie Gansu. Linxia staat bekend om de enorme brillen, je gelooft je ogen niet, het loopt hier vol met brildragende chinezen waarbij de bril de afmeting heeft van eentje bij ons uit de carnavalswinkel....ze lijken eigenlijk meer op windschermen dan op brillen.
Tibet Vanuit Linxia door naar Xiahe, eindelijk voelen we het...echte..Tibet om ons heen. Deze streek valt dan wel buiten de grenzen van het tegenwoordige Tibet, maar de mensen hier hebben hun tradities vastgehouden. In Xiahe (uitspreken als xiage) staat een van de zes belangrijkste tibetaanse klooster, het Labrang Monastery, waar nog ca. 1000 monniken actief zijn. Het klooster is ontsnapt aan de grote sloopronde van vriend Mao tijdens de culturele revolutie. Je voelt je hier echt alsof je van een andere planeet bent, alles staat hier in het teken van het boeddhisme.
| | |  | | | | |
| | |  | | | | |
| | |  | | | | | De vele monniken lopen in kastanje rode gewaden met over het bovenlijf een diep roze/paarsig kleed geslagen. Het dorp is een bedevaartsoord en uit de verre omgeving komen de pelgrims en nomaden hier naar toe om zo een stukje dichter bij hun boeddha te komen. Vooral de monniken zijn vriendelijk en maken graag een praatje met je...althans een poging tot..tja…taalbarrière Van een engels sprekende monnik hebben we een rondleiding gehad door alle kloostercomplexen. Van buiten zien ze er al mooi uit maar wat je binnen allemaal ziet gaat echt je fantasie ver te boven. Het puilt uit van symbolic, kleurenpracht, boeddhabeelden met de honderden bijbehorende goddelijkheden. Dat staat daar in vaag lichtschijnsel van | | |  | | | | |
| | |  | | | | | yakboterkaarsje en/of lichtschijnsel van buitenaf in een serene stilte en alles heeft een betekenis Ja, je wordt daar wel even helemaal stil van, vooral in het gedeelte waar zo'n honderd monniken hun gebeden en tantra's aan het prevelen zijn geeft een bovennatuurlijk sfeertje. Het is ondertussen 10 april en wij zijn aangekomen in het plaatsje Langmusi, net als Xiahe een tibetaans dorpje met kloosters. De tibetanen zijn een trots volkje, de vrouwen dragen kleurige kleding met veel sieraden en de heren lopen met flinke "o" benen...stoer?..waggelend over straat. Als de zon weg is wordt het hier koud, we zitten dan ook op een dikke 3000m. Zowel de vrouwen al mannen dragen lange jassen van schapenhuiden, de wolzijde naar binnen en de leerzijde, vaak afgewerkt met stof, aan de buitenzijde. Opvallend zijn de mouwen die als ze niet omgeslagen zijn bijna tot op de grond hangen. Alle heren hebben een flinke dolk aan hun riem hangen...ze houden zeker van een appeltje op z'n tijd? s'avonds liepen we nog een rondje door het dorp en werden we gewenkt door een jonge monnik, we volgden hem en tot onze verbazing kwamen we uit bij z'n huisje. Hij (z'n naam spreek je uit als Koensjertjongsji) deelt het huisje samen met een iets oudere monnik, die voor zover we begrepen ook een soort van leermeester voor hem is. We werden mee naar binnen genomen en er werd driftig thee gezet op de met geitenkeutels gestookte potkachel.
Vette meelbal Toen kwam de Yakboter tevoorschijn....even voor de mensen de niet weten wat een Yak is: een Yak is een soort kruising van een koe met een os, je krijgt dan een langharige koe met hele grote horens een grote schouderpartij en vrij korte pootjes, alles van het beest wordt gebruikt, z'n kracht voor de landbouw en vervoer van | | |  | | | | | vrachten, z'n haar voor kleding en tenten e.d, de melk en boter en zelfs de mest wordt gebruikt om te stoken.....terug naar de yakboter, we moesten een flinke klont boter in een kommetje doen, hier overheen gaat heet water en tsampa (een soort meel, door nu een knedende beweging met je hand te maken en gelijktijdig het kommetje te draaien ontstaat een flinke vette meelbal..eetsmakelijk..wij kregen het niet helemaal op, menig tibetaan leeft hier dagelijks op..……lang leve de frikadellen. Onze eerste poging om Langmusi te verlaten mislukte, na een tijdje wachten op het kruispunt een stuk buiten het dorp kwam de bus. De bus bleek helemaal vol. Volgens de chauffeur moest er over een uurtje of twee nog een langs komen....wachten,wachten...nee hoor geen bus. Toch maar weer terug naar het dorp. Na twee dagen kwam in het hotel waar wij zaten een busje gehuurd door een reisorganisatie, de mensen werden hier gedropt, dat was mooi konden wij samen met nog ca. 10 blijde backpackers met het busje mee naar Songpan. s'morgens om 7.30 vertrek vanaf het hotel, de weg is hier heel slecht, geen asfalt, alleen diepe kuilen, stof en bagger. Na 80 km worden we van de weg geplukt door de traffic police, teveel mensen in het busje. De chauffeur dreigt een enorme boete te krijgen van 3000 Yuan (450 euro), das een vermogen voor de mensen hier. Na 2 uur praten is de boete gezakt naar 200 Yuan en rijden we weer door. De gemiddelde snelheid ligt op zo'n 20 km/uur. Het schiet voor geen meter op, sinds Xiahe ben ik al strontverkouden en van al het gestuiter in de bus ga ik me niet echt lekkerder voelen, m'n oren zijn nu ook al dichtgeklapt en ik voel me beroerd. Het landschap is wel fraai. Tibetaanse graslanden met bergen, het loopt vol met kudden yaks en we passeren kleine nederzettingen.
Wachten Het afzien in het busje gaat door en we verliezen oog voor het landschap. Na tien uur stuiteren komen we aan op het hoogste punt een pasoverschrijding van bijna 4000m hoogte....de weg is geblokkeerd door een vrachtwagen die tot z'n as in de bagger is weggezakt. Onze chauffeur is mans en probeert naast de weg door het grasland de vrachtwagen te omzeilen. Na zo'n 10 meter komt een eind aan deze poging, ons busje zit nu ook muurvast in de bagger, het duwen,trekken en tillen haalt niets uit. We zitten vast op 4000m en m'n kop voelt aan als een tijdbom. De verkoudheid en grote hoogte is niet zo'n fijne combinatie. We worden met succes door een ander busje weer op de weg getrokken..applaus klinkt en het wachten begint..gaan we hier de nacht doorbrengen...ik wordt een beetje huiverig voor hoogteziekte, m'n hoofd bonst als een razende...de vrachtwagen zit nog steeds vast, het begint donker en koud te worden. We staan hier nu met twee minibussen, de vastzittende vrachtwagen met daarachter nog een vrachtwagen en een bus. Achter ons klinkt een zwaar motorgeronk en komen uit het donker twee lichten dichterbij, het is een vrachtwagen. De tijd verstrijkt, we zitten in de bus om een beetje warm te blijven en proberen wat te slapen, op de achtergrond hoor ik allerlei verhalen van medereizigers, alle jonge mensen die al enige maanden aan het rondreizen zijn Rusland, Vietnam, Laos mooie warme stranden in Thailand. De lichten bewegen, de vrachtwagen komt los. De weg is vrij, wij gaan kijken, de weg ziet er niet uit, diepe bagger sporen lijken wel een meter diep en staan vol water. Hoe komen wij hier ooit door. Het wordt een puzzel wie trekt wie erdoor. Onze bus is aan de beurt,wij kijken vol spanning toe, daar komt hij, de motor ronkt het gaat goed hij helt gevaarlijk ver naar rechts maar blijft overeind, hij is er bijna maar slipt en zit vast. Er staat nog een vrachtwagen aan onze kant en trekt ons er doorheen. Wij zijn er de weg is vrij naar Songpan.
| | |  | | | | | Sorry ik liet me weer een beetje meeslepen, maar ut is wel een geinig verhaal. Na zo'n 16 uur (250km) stuiteren komen we om 24.00 aan in Songpan. Ik voelde me behoorlijk Kl...te. Van Songpan gaan we naar het nationale park Jiuzhai Gou. Hier maken we een korte trekking met de tent. Het gebied bestaat uit een Y vormig bergdal vol met glasheldere meertjes van een groenig tot blauw turkoise kleur, onderling verbonden door beken en watervallen. Uit het park gekomen slapen we in een nabij gelegen resort-style hotel, enorm luxe met bedden van 1,5m breed. We zijn de enigste gasten en hebben dan ook een superprijsje bedongen. Vervolgens door naar Chengdu, een big city waar 10.000.000 chinezen in leven. Vanmorgen het nabijgelegen Panda breeding center bezocht. Deze provincie is zo'n beetje de enigste in de wereld waar de panda nog in het wild voorkomt. Er leven nog maar rond de 1000 van deze beertjes en om uitsterven te voorkomen proberen ze in dit park met deze diertjes te fokken. Het plan is om de komende dagen verder af te zakken zuidelijk China in richting Kunming, hierbij kruisen we dan weer het uiterste oosten van het vroegere Tibet. Dit was het wel weer zo’n beetje voor nu…....
Na een lange radiostilte gaat ik er nu weer eens op m'n gemakkie voor zitten.
De groep Misschien een beetje aan de late kant maar laat ik eens beginnen met de groep voor te stellen. Zoals de meeste van jullie misschien al weten reizen we met z'n vijven Adriaan, Janina, Gert-jan, Jaap en ikzelf. Alle vrienden van de bergsport m.u.v. Gert-Jan, Gert-Jan is een fietsmaatje van Adriaan en zij hebben in het verleden al vele tochten gemaakt door verafgelegen oorden. Gert-Jan, Jaap en ik zijn met z'n drieën gevlogen op Beijing (China) en hebben daar afgesproken met Adriaan en Janina die al vanaf vorig jaar november aan het "genieten" zijn. Ze zijn toen in Rotterdam op de trein gestapt om vervolgens via Duitsland, Polen en Rusland, Siberië te bereiken waar Adriaan z'n broertje tijdelijk woont en werkt. Daarna zijn ze via Japan naar China gegaan. In China was het toen zo'n beetje winter en het liep vol met zieke spugende chinezen, na een aantal weken blootstelling aan al deze bacillen zijn ze ziek,zwak en misselijk naar Thailand gevlucht. Na een week of twee chillen op de beach zijn ze weer China ingegaan om ons daar op 28 maart te begroeten. Zo dat was ff een stukie geschiedenis en mogelijk ook gelijk een verklaring voor onze lichamelijke ongemakken. Janina is in | | |  | | | | | Thailand flink opgeknapt in tegenstelling tot Adriaan. Hij is dan ook in Beijing naar een arts geweest en heeft een flinke zak met pillen meegekregen tegen slijmvorming, bronchitis etc. Das balen, ook een penicilline kuur...een week lang geen biertjes voor Adriaan. De pillen werken en hij is weer het mannetje. Ondertussen ben ik flink aangestoken en loop nu ook slijm te rochelen als een Chinees, te hoesten en te snotteren. Vervolgens steek ik Jaap aan en die begint dan ook al vrij snel dezelfde symptomen te krijgen. Jaap gaat in Chengdu naar een ziekenhuis, krijgt ook een zak pillen mee...en dus ook een week geen biertjes voor Jaap. Tja ik zie dat allemaal niet zo zitten..al die pillen enzo..ook geen biertjes. Drie weken verder zijn alle zieke aardig opgeknapt....maar helaas nu begint Gert-Jan. Zo terug naar waar we de vorige keer gebleven waren: CHENGDU Na het bezoek aan het knuffelberenpark zijn we naar het stadje Leshan gegaan. Hier is een enorme zittende boedha reus te bewonderen. Deze "Grand Buddha" is met zijn 71m (in zittende houding) de grootste van de wereld. Het doet me sterk terugdenken aan de beelden op het journaal van een paar maanden terug. Afghanistan in het plaatsje Bamian waar toen de Afghanen met raketwerpers op zo'n reus stonden te schieten. Gelukkig zijn ze hier wat voorzichtiger, moet je voorstellen alleen z'n oren zijn al 7 meter lang. Een monnik genaamd Haitong is in het jaar 713 gaan hakken in een berg. Via sponsering en fondsen huurde hij arbeiders in en na 90 jaar hakwerk was zijn levenswerk voltooid. Helaas heeft Haitong het zelf niet mee mogen maken.
Opnieuw massage In de avond zijn we weer terug in Chengdu. Ik besluit mezelf te laten ontdoen van de inmiddels 4 weken lange baardharen. Dat ging iets anders dan je zou verwachten. Ik mag languit gaan liggen op een bed, eerst de tondeuse erover vervolgens een soort van gezichtreiniging om het zaakie soepel te krijgen en dan het mes erover. Ze vroeg met een vragend gezichtje..massage gezicht/nek...tja waarom niet. Best wel genieten, nog steeds liggend op het bed komt na een tijdje de vraag die ik al eerder had gekregen....body massage..mmhhh...tja de vorige keer had ik het afgeslagen en nu was ik toch wel erg nieuwsgierig...vooruit dan maar. Nou daar heb ik geen spijt van, na een dikke 2 uur was deze "scheer-actie? " klaar en loop ik als herboren jochie richting m'n hotelkamer. Je hele lijf wordt, op een enkel plekje na ;-) compleet aangepakt. De volgende dag gaan we weg uit Chengdu. We vertrekken om 7.30 met de bus naar Luding, om 13.00 stopt de bus voor een gesloten slagboom. De chauffeur stapt uit en maakt een gebaar met zijn hand waaruit wij concluderen dat we 5 minuten moeten wachten. Na een kwartier stappen ook wij maar eens uit de bus, het blijken 5 uren wachten te worden. We staan voor een bergpas waar het eenrichtings verkeer is. Gaat hier iets anders dan in europa...eerst mag de ene kant 6 uur rijden vervolgens de andere kant. Als dan de slagbomen eindelijk opengaan weet je ook niet wat je meemaakt. Alle auto's, bussen en vrachtwagens proberen dan als eerste over de pas te zijn, gekkenwerk we zijn midden in een racewedstrijd belandt.
Toiletten Om 20.00 uur komen we aan in Luding. Eerste indruk...wat een vies dorp...dit wordt nog eens versterkt als wij een hotelletje binnengaan, uit de kamer de we krijgen worden een paar verdacht uitziende dames weggestuurd, we kijken elkaar vragend aan en denken hetzelfde, zijn we hier in een bordeel belandt?? Op het toilet is het niet te harden, gelukkig is het maar voor een nachtje, morgen snel weg uit dit oord. Over toiletten gesproken, ik heb bedacht dat er 4 categorieën zijn: goed, acceptabel (al wordt je daar steeds makkelijker in), vies en als laatste de categorie erg ranzig. Vooral de openbare toiletten bij de busstations zijn vies, Ik heb Jaap een keer met braakneigingen naar buiten zien strompelen. In de categorie ranzig zal ik er ook eentje beschrijven. toilethokje met betonnen vloertje, in de vloer zitten schuin aflopende tunneltjes richting een beekje. De tunneltjes zijn niet aflopend genoeg, er blijft dus van alles hangen en plakken, het is best warm, stel je voor zit je gehurkt boven deze gaten kijk je naar beneden zie je alles bewegen van de maaien, kijk je nog eens iets beter naar de grond voor je waar je ook met je neus vlak boven hangt, kruipen daar ook maaien...bbrrr..je zit zo'n beetje gehurkt tussen de maaien die zowat je schoenen inkruipen....best ranzig naar mijn bescheiden oordeel. Excuses voor dit onsmakelijke zijspoor.
Hotspring Luding, we gaan hier snel weg, we gaan de natuur in. We zijn op weg naar het bij Moxi gelegen Hailuogou glacier park. In dit gebied ligt de berg Congga Shan, met zijn 7556 meters geen kleine jongen. Om hem te | | | | | |  | | | | | | zien moet je een gletsjer oversteken, we gaan opweg maar besluiten om te keren, erg veel spleten en we hebben geen equipement bij ons. We zien de Congga zelf niet maar wel een aantal andere toppen van rond de 6000 meters. Het park is voorzien van een aantal overnachtingsplekken. Wij gaan naar campsite nr.2 een soort van heel klein sport a'centrumpje met daarbij een fantastische hotspring. Er borrelt hier water de grond uit met een temperatuur van ca.90 graden. Het loopt via overloopjes van poeltje naar poeltje. In het bovenste, tevens het heetste poeltje ben ik maar niet gegaan. Je had dan een krantenkop gekregen, zoiets als: Nederlandse jongen gekookt tijdens vakantie China. Het onderste poeltje was prima uit te houden. Grappig is dat we ook hier weer de enigste gasten zijn en dus alleen met z'n vijven verspreidt in de poeltje zitten te genieten. Hier waren Jaap en ik nog behoorlijk verkouden en het kwam dan ook lekker los in de stoomsauna, mooi zoals ze dat gemaakt hebben, gewoon een plastic tent met houten vlonders op de grond, onder de vlonders is een waterbassin met het bijna kokende water en dat wil wel lekker dampen. Een nadeel na het stomen en badderen stink je als een rot ei, het is nogal zwavelhoudend water, zelf het water wat hier uit de douche komt ruikt ernaar. Na twee dagen verlaten we dit paradijsje en gaan naar Kanding. Vanaf hier gaan we weer tibetaans gebied in via de Sichuan-Tibet Highway. Deze weg staat bekend in de Lonely Planet beschreven als "the world highest, roughest, most dangerous and most beautiful road". De weg is de laatste jaren blijkbaar sterk verbeterd, we komen dan ook al na 8 uur i.p.v. de 12 volgens het boekje, aan in Litang. Het landschap is simpelweg gaaf, we rijden over passen van 4100 tot een dikke 4700m hoogte. Schitterend, we rijden soms door de sneeuw, half besneeuwde grasbergen vol met kudden yaks, himalaya reuzen op de achtergrond. In Litang aangekomen moet het lichaam toch wel even wennen aan de hoogte, het dorpje ligt op 4000m en je loopt al bij een kleine inspanning flink te hijgen. Maar gelukkig zit ons menselijk lichaam mooi in elkaar en is het in staat om zich vrij snel aan te passen door de aanmaak van extra bloedlichaampjes. 25 april: Hier in Litang beleef je weer het echte Tibet, loopt hier vol met monniken en pelgrims. Vanmorgen is het klooster hier van Lama (soort van kerkelijk leider maar dan op z'n boeddhistisch) gewisseld, we horen van een monnik dat dit vanmiddag gevierd gaat worden met zang en dans. We zijn hier pas net aangekomen en Adriaan voelt zich niet helemaal jofel. Janina en Adriaan blijven in het hotel, Gert-Jan, Jaap en ik gaan op zoek naar de stoepa waar de dans plaats gaat vinden. We splitsen ons op, na een tijdje vind ik de stoepa, wordt door een monnik meegenomen door de poort en kom terecht op de binnenplaats tussen dansende en zingende tibetanen en pelgrims, voor ik het weet word ik beet gepakt en sta ik mee te dansen in de kring, krijg natuurlijk volop aandacht, de pasjes gaan niet erg soepel tot groot | | |  | | | | |
| | |  | | | | |
| | |  | | | | |
| | |  | | | | | vermaak van de tibetanen. Het is feest hier, de bierflessen gaan tijdens het dansen de kring rond, een kleurrijk geheel van mooi aangeklede tibetanen. Na afloop word ik door een monnik meegenomen om nog een ronde te lopen langs de zgn. prayerwheels (metalen tonnen die je rond draait, in en op de tonnen zitten / staan gebeden die door de draaiende beweging opstijgen naar Boeddha. Je hebt ze in allerlei afmetingen en vaak honderden achter elkaar in een bepaald traject wat je altijd in de richting van de klok mee moet lopen. s'avonds kom ik Jaap en Gert-Jan in een lichtelijk beschonken toestand tegen, tijdens het zoeken naar de stoepa zijn ze in een bruiloftsfeest terechtgekomen en de glazen rijstwijn moesten elke keer "to the bottom" leeg. Na nog een dag in Litang gaan we verder naar Xiancheng, de weg is weer erg slecht en geheel onverhard, bijna de gehele weg rijden we boven de 4000 meter, na 10 uur stuiteren komen we flink gaar en door elkaar geschud aan in het dorp. Het dal ziet er hier uit als een groene vallei bestaande uit graanvelden met daartussen hele grote, als een soort witte bunkers uitziende tibetaanse huizen.
| | |  | | | | |
| | | | | |  | | | | | | We overnachten bij een familie in een van deze "bunkers". De beganegrond is een soort garage, op de 1e verdieping wordt geleefd en geslapen, de 2e verdieping is een grote gebedsruimte. Op zowel de 1e als de 2e verdieping zijn de wanden en plafonds werkelijk elke centimeter bedekt met houtsnijwerk en kleurrijk schilderwerk. We splitsen ons weer op, Jaap en ik bezoeken het in aanbouw zijnde klooster, mooi om te zien hoe de schilders en timmerlieden hier bezig zijn met hun kunstwerken, op de grote binnenplaats wordt de grond verdicht, nee niet door een trilmachine maar door 30 chinezen op een rij met alle een grote houten stamper in hun handen. s'middags besluit ik een berg op te klimmen en wordt beloond met een erg fraai uitzicht over de groene vallei met de witte bunkers, ziet er surrealistisch uit, ik zit hier echt te genieten, het leven is mooi! 29 april: Na 8 uur bussen en 2 lekke banden (wat onze lekke banden score op 5 brengt) komen we met een paar | | |  | | | | |
| | |  | | | | | stoflongen aan in Zhongdian. We zitten nu in de provincie Yunnan, dat bekent staat om zijn milde klimaat het gehele jaar door. Yunnan betekent dan ook "south of the clouds" Als ik nu naar buitenkijk merk ik daar trouwens erg weinig van, het plenst. Vanaf hier gaan we verder naar Baishuitai, hier zijn door een van de grollen van de natuur de zgn. limestone deposit plateaus (kalksteen terrassen) ontstaan, het water bevat hier een carbonaat wat kalk oplost, gevolg is met kalk verzadigd water, zodra het wat minder hard stroomt begint het kalk zichals een gek af te zetten en zo ontstaan hele terrassen met waterbekkens die eruitzien als witte badkuipen in allerlei vormen en maten.
Slaapdronken? 02 mei: Via Haba komen we bij de "Tiger leaping gorge" een enorme kloof waar een grote woeste rivier/beek doorheen jaagt We verblijven bij Sean's Spring Geusthouse een hele relaxte plek, groot terras met | | | | | |  | | | | | | mooi uitzicht in de kloof. Bij Sean kunnen we weer genieten van westers eten, pizza's, burito's veel lekkere dingen. Vanavond hebben wij een feestje, Janina is bijna jarig, wij gaan dat niet meemaken wat Adriaan en Janina gaan ons morgen verlaten, ze gaan richting Kunming om tickets naar Nederland te regelen...aan alles komt een einde. Oeps vanavond toch iets teveel bier op, ga s'nachts m'n bed uit naar het toilet en belandt op de terugweg onzacht tussen een stapel boomstammen, slaapdronken en echt dronken, tjee hoe kom ik weer bij m'n bed..drink nooit geen alcohol meer. 05 mei: Na een paar lekkere dagen gaan we door naar Lijiang. Lijiang doet me nog het meest denken aan Venetië maar dan op z'n chinees. Kleine straatjes met bruggetjes over de vele waterloopjes. Het is enorm toeristisch en er zijn ongelooflijk veel souvenirwinkeltjes Als je verwacht het echte china te zien dan zit je hier fout maar als je het een beetje over je heen laat komen en je kooplusten laat opwekken is het best een aardige plek om een dag of twee te zijn. 07 april: Ook Gert-Jan gaat ons vandaag verlaten zodat Jaap en ik nog samen overblijven. Wij hebben de luxe om nog | | | | | |  | | | | | | een aantal weken door te reizen en straks een stuk van Noord-India te gaan zien. Vandaag vertrekken we naar het Lugu lake, een mooi meer waar eigenlijk niet zo veel te doen is, het is een mooi meer is onze conclusie en we gaan weer terug naar Lijiang om vervolgens door te gaan naar Dali. Het eten bestellen hier in China gaat best goed, een enkele keer gaat het weleens mis. Vraag je om zout komt er eerst een stapeltje servetten op tafel..tja nog maar een keer vragen..er wordt heel begrijpend gekeken, je denkt dat de zout eraan komt...wordt er een grote WC-rol op tafel gezet. Ook word je soms verrast door een kipschotel waar behalve het kippenvlees ook de poten er nog tussen liggen, maar dit zijn uitzonderingen, het chinese eten is erg lekker. 10 mei: Gisteren zijn we aangekomen in Dali en we overnachten bij Jim's geusthouse, Jim is een Tibetaan en zijn vriendin Henriette is Nederlands. Samen organiseren ze o.a. daytrips naar plekken die jezelf nooit zal vinden. Vandaag | | | | | |  | | | | | | gaan we met ze mee naar een dorpje waar de "Yi" mensen wonen, tevens bezoeken we een grote markt die maar eens in de 10 dagen gehouden wordt, daar komen dan ook mensen vanuit de wijde omgeving naartoe voor hun inkopen. In China leven nog vele minderheden, zo heb je in deze provincie de zgn. Naxi. Een afsplitsing van de Naxi zijn de Yi en Mosuo. Dit zijn slecht een paar van de vele minderheden groepen die hier leven. | | |  | | | | |
| | |  | | | | | Kenmerkend is dat ze allemaal in hun eigen traditionele kleurrijke kleding lopen. Vaak doen ze je denken aan Indianen erg mooi om te zien. Eigenlijk ongelooflijk dat het hier allemaal nog op deze manier rondloopt. Tot zover weer een stukje leesvoor, het wordt hier weer etenstijd het is nu 18.37 uur aan deze kant van de aardkloot en begin trek te krijgen. Eetsmakkelijk voor straks en tot snel weer.
Daar is ie weer, terug in de bewoonde wereld met alle luxe binnen handbereik. De afgelopen weken in het noorden van India was ik geheel verstokt van zo'n beetje alle communicatie middelen die wij als zo vanzelfsprekend zijn gaan ervaren. Telefoon: nauwelijks of niet, Televisie: een enkele keer, Kranten: heel soms, Computers: vergeet het maar.
Atoomoorlog Voordat we vertrokken naar het noorden hebben we ons nog op de hoogte gesteld van de gespannen situatie India-Pakistaan, de afgelopen weken heb ik er weinig meer van meegekregen. Nu ik hier de reisadviezen etc. van de afgelopen tijd zie begrijp ik dat bepaalde mensen (vooral m'n Pa en Ma) toch wel terecht wat zenuwachtig zijn geworden. Op dit ogenblik heb ik via e-mail contact met de Nederlandse Ambassade in India, ze hebben m'n persoonlijke gegevens geregistreerd en verder hou ik ze op de hoogte van waar ik verblijf en wat de plannen zijn, ook moet ik melden wanneer ik weer terug in Nederland ben. Zelf denk ik dat het allemaal wel mee zal vallen, ze zijn tenslotte niet achterlijk, misschien wel een beetje gek :) maar weten donders goed wat er gebeurd met beide landen als ze een atoomoorlog zouden starten. Denk dat het allemaal een groot politiek spel is, met een duidelijke boodschap naar de wereld die luidt: wij willen aandacht voor ons probleem (en die aandacht hebben ze gekregen). Hier in het hoge Noordoosten merk je er gelukkig maar weinig van en gaat het leven gewoon z'n gangetje. Genoeg over de oorlog, gaat proberen weer een verslagje in te kloppen, zal ook gelijk de laatste zijn, ben tenslotte over een dag of 4 weer terug in holland. We maken een sprong terug naar China. 11 mei, Dali: Gisteren is het hier begonnen met regenen en het is sindsdien niet meer opgehouden, het komt met bakken uit de lucht. We horen geruchten dat in Noord-China zo'n 70.000 mensen dakloos zijn door noodweer en overstromingen. Er schijnt in 2 dagen net zoveel water te zijn gevallen als normaal in een half jaar?
| | |  | | | | | 12 mei, Dali: Het regent nog steeds en niet zo zachtjes ook, de straten beginnen ook hier vol te lopen, de afvoergoten kunnen het water niet meer kwijt. We zien het hier niet meer zitten en vluchten verder zuidwaarts naar Kunming. Helaas ook hier plenst het en beginnen de straten op sommige plekken te overstromen. Gelukkig na nog een dag regen begint de lucht op te klaren en zakt het water razendsnel weg. Kunming is een grote stad en onze kooplusten worden flink opgewekt door de talloze theewinkeltjes. Jaap en ik kunnen het allebei niet laten en kopen beide een Chinees theeservies, in het winkeltje wordt thee voor ons gemaakt, een heel ritueel van theebladeren laten trekken, overschenken, draaien, weer overgieten en zo gaat dat een tijdje door, denk dat ik er thuis toch maar gewoon een theezakje in hang. Het kwetsbare servies wordt zo goed mogelijk ingepakt en we sturen het per zeepost op. Als alles goed gaat kan het over ca. 2 maanden in Rotterdam aankomen???
Thailand We willen vanuit Kunming vliegen naar Delhi, de goedkoopste oplossing is een ticket naar Bangkok (Thailand) en dan ter plekke op zoek naar een goedkoop ticket Delhi (India). 15 mei, Bangkok: Na 2 uur vliegen staan we ineens in Thailand, een hele andere wereld met een geheel ander klimaat, t'is hier met zo'n 35 graden flink warm. Na enig rond shoppen vinden we een "relatief" goedkoop ticket naar Delhi (India), de vlucht is om 14.15 we hebben dus zo'n 1 1/2 dag de tijd om een stukje Bangkok te gaan bekijken. We maken gelijk van de mogelijkheid gebruik om wat 10 bhat muntstukken in te slaan, zoals je misschien weet zijn deze berucht omdat ze exact dezelfde afmeting en uiterlijk hebben als de 2 euro munt maar slecht ca. 20 eurocent waard zijn.
India / diaree 16 mei, Delhi: Na een 4 uur durende vlucht stappen we uit het vliegveld en zijn in India, we krijgen onmiddellijk een enorme klap in ons gezicht, we lopen tegen een ongelooflijke muur van hitte op, er heerst hier | | | | | |  | | | | | | een hittegolf, de meter geeft 46 graden aan. M'n darmen (en ikzelf) zijn behoorlijk van slag, ze kunnen niet accepteren dat het buiten het lichaam warmer is dan daarbinnen. Ze uiten hun ongenoegen met een flinke diaree. Vandaag doe ik niks, blijf veilig binnen een afstand van 10 meter van het toilet, die ik dan ook regelmatig met een bezoek verblijd. In de hotel kamer is het met de halfgare airco en om de 10 minuten een koude douche net uit te houden. We gaan met de trein naar Agra, hier staat de beroemde Taj Mahall en zijn nog wat aardige dingen te zien. Ook hier is het smerig heet. We ontdekken dat hier een aantal luxe hotels met zwembaden zijn, tegen geringe betaling mogen we gebruik maken van deze baden. Onze dagplanning ziet er de komende dagen dan ook steeds hetzelfde uit. s'morgens om 5.00 uur het bed uit, naar buiten en wat dingen bekijken vervolgens snel naar het zwembad om daar tegen de avond pas weer uit te kruipen. Voel me wel een beetje de foute rijke westerling, wij zijn de enigste in het zwembad, bediening aan het water, daar lig je dan als broekie van 27 jaar in een luie ligstoel terwijl de heren hard moeten werken en het eten en drinken bij ons komen serveren, geeft toch wel een raar gevoel. We bezoeken de Taj Mahall, hij is echt erg mooi. Er wordt wel gezegd: De Taj de zie je niet, maar die beleef je. Of | | | | | |  | | | | | | zoals het mooi in de gids staat "De Taj is in werkelijkheid veel indrukwekkender dan alle afbeeldingen die je ervan hebt gezien. Het is alsof je tot nu toe alleen een foto van de zee hebt gezien en nu tegenover de weidse uitgestrektheid van het water staat" In 1629 is gestart met de bouw van de Taj Mahall, het is een gedenkteken voor de in het kraambed overleden vrouw van mogol Shan Mahal. t'is dus eigenlijk een grote graftombe maar wordt wel over de gehele wereld gezien als symbool van volmaakte architectuur. De Taj is geheel gemaakt van wit marmer en staat op een marmeren platform van 9101m2. Aan weerzijden staan vier marmeren minaretten van 41m hoog. Ze schijnen zo te zijn geconstrueerd, dat ze bij een eventuele aardbeving nooit op de in het midden gelegen 60 meter hoge koepel zullen vallen. Is over nagedacht. Al met al het is een erg mooi gebouw. (Het behoort net als de piramiden in Egypte tot de wereldwonderen, best gek eigenlijk als je bedenkt dat alle grote beroemde bouwwerken vaak graftombes zijn????) Een groot voordeel van de hete temperaturen en toenemende spanningen tussen Pakistaan-India, we zijn zo'n beetje de enigste buitenlandse toeristen en het geeft dan ook een schitterend beeld, de Taj met daaromheen alleen Indiase mensen, vooral de vrouwen zijn gekleed in felgekleurde stoffen om het lichaam en over het hoofd. Wat een klimaat, het is alsof je constant te dicht langs een groot kampvuur loopt. De wind is smerig onnatuurlijk warm. Zelfs in de schaduw wordt alles warm. Een fles koud water is in een paar tellen als lauwe thee, metalen voorwerpen die voor je gevoel in de schaduw koud horen aan te voelen zijn warm. Als je je kleding uitspoelt en aan een hangertje in de kamer ophangt hoef je je maar om te draaien en het is droog, das toch wel weer handig.
Zomerhoofdstad 21 mei, Shimla: Vandaag vluchten we naar het hoge noorden de "Himachal Pradesh". We gaan met de trein naar Shimla, in Kalka moeten we overstappen op de zgn. toy-train een klein boemeltreintje die ons de bergen in zal brengen. Het is een traject met 103 tunneltjes over een heel smal spoortje. De spoorwissels worden nog met de handkracht bediend vanuit de wisselhuisjes. De afstand is slechts 100 km, toch doen we er een dikke 6 uur over. Onderweg naarmate we hoger komen en verder weg van het hete, drukke Delhi, wordt de temperatuur voelbaar aangenamer, we kunnen weer normaal ademhalen. Tijdens de engelse bezetting van 1864 tot 1947 was Shimla de zomerhoofdstad van Brits-India. De onderkoning had hier zijn buitenverblijf en het gehele Britse bestuur verbleef hier tijdens de zomermaanden om de hitte te ontvluchten. Niet slecht bekeken van die Engelsen. Van hieruit gaan we verder met de bus naar het in de Himalaya's gelegen district Kinnaur. Het reizen neemt weer de Chinese proporties aan, het is 12 uur stuiteren over slechte wegen, langs diepe ravijnen. Onderweg moeten we door een roadblock veroorzaakt door een grote landslide (aardverschuiving) de bus uit, een stuk lopen over de slide en vervolgens worden we met veelste veel mensen in een andere bus gepropt. In Shimla hebben we al onze "overbodige" bagage achtergelaten bij een hotel, we willen trekkings gaan maken in dit gebied en dus zo licht mogelijk op pad gaan. Onze eerste trekking wordt er een van 4 dagen, we komen vrij snel tot de conclusie dat de in Shimla gekochte kaart behoorlijk onbetrouwbaar is, afstanden en hoogten kloppen vaak niet en dorpjes staan soms compleet aan de verkeerde kant van de rivier getekend. Ook maken we hier kennis met de ITBP (Indian Tibetan Border Police). Dit gebied staat onder redelijk zware controle i.v.m. de dichtbij gelegen grens met Tibet. Na de oorlog in 1962 tussen India en China is de grens gesloten. Onze namen en gegevens worden genoteerd door de ITBP. We slapen in de tent en onze maaltijden bestaan uit noodles, noodles en nog eens noodles. Na een aantal dagen kunnen we geen noodle meer zien, we willen biefstukken en zalm en bier. We staan vannacht in een smal dal omsloten door hoge rotsen, na weer een noodle maaltijdje te hebben gemaakt wordt het donker....en opeens ook weer licht. Wauw het is volle maan en deze komt langzaam boven de rotsen uit en verlicht het gehele dal waar wij in staan. Het lijkt alsof de zon opkomt, echt bizar, je ziet scherpe schaduwen en kan gewoon een boek lezen. Het wordt ook een koude nacht, de temp. zakt tot tegen het vriespunt.
Alleen 28 mei, Sangla: We zijn inmiddels in de Sangla Valley, het ziet er hier een beetje Zwitsers uit, alleen zijn de bergen hier geen drie a vierduizend meter maar zitten meer rond de vijf a zesduizend meter. Hier in Sangla nemen Jaap en ik afscheid van elkaar, best raar als je zo'n tijd samen hebt gereisd en elkaar dan ineens de hand schudt en je alleen overblijft. Ik wil vanaf hier een trekking gaan maken over de RupinPass (4625m) om vervolgens in een ander dal uit te komen, in Sangla krijg ik bij een trekking bureautje nog wat info over de te volgen route, t'is allemaal nogal vaag en aan de kaart heb ik helemaal niets. Kortom avontuur. Het wordt een tocht van zo'n 5 a 6 dagen, na drie dagen lopen zou ik een dorpje moeten tegenkomen en dan vervolgens van dorpje naar dorpje lopen. Ik doe inkopen voor 4 dagen ervan uitgaande dat ik na de eerste drie dagen in de dorpjes wel weer iets te eten kan vinden. Voor ontbijt en avondeten heb ik noodles en soepjes, voor tussen door wat koekjes. Jaap heeft me aangeboden om z'n tent mee te nemen, na enig afwegen besluit ik het zonder tent te gaan doen, de rugzak wordt anders veelste zwaar, neem wel het plastic grondzeiltje mee, als het dan echt slecht wordt en ik heb geen schuilplaats dan kan ik mezelf in het plastic wikkelen en wachten op beter weer.
Bob en Ernie Op 31 mei ga ik opweg, tegen 16.00 kom ik tot m'n verbazing een tentenkamp tegen, besluit ernaar toe te gaan. Het blijkt een expeditie te zijn van twee Engelse heren op leeftijd, Bob en Ernie. Bob is 70 en Ernie maarlieftst 80 jaar. Het is een heel gebeuren, ze zijn opweg met 5 ezels, 2 paarden, 5 tenten waaronder een hele grote schafttent en een heus toilettentje en een staf van 7 locale mannen voor het koken, zorgen voor de dieren etc.etc. Ze nodigen me uit vanavond bij ze te blijven, | | |  | | | | | mag met ze mee eten en kan in de schafttent slapen. Ongelooflijk wat ze allemaal wel niet meeslepen de bergen in, er wordt voor ons een heus 3 gangen diner bereidt. Bob en Ernie zijn vroeger ook fanatieke alpinisten geweest, Bob blijkt nu gouverneur van de Himalaya Club te zijn en weet veel te vertellen over het gebied. Ze worden helemaal enthousiast als ik ze m'n plan vertel om de RupinPass te overschrijden. Al vrij snel komen de flessen whisky tevoorschijn en wordt het erg gezellig. Ze trekken voor een aantal dagen door dit gebied om gewoon lekker in de bergen te zijn, Ernie is niet meer zo goed te been en rijd op het paard. Het is gaaf om te zien hoe deze heren zichtbaar genieten van hun oude dag. Zo wil ik ook oud worden!! Krijg van Bob nog een fles whisky toegestopt voor de komende koude avonden, ze staan erop dat ik ze een e-mail stuur over de afloop van de tocht.
Het lichaam schreeuwt De volgende morgen sta ik om 5.00 op, maak een noodletje en vertrek richting de bergpas. Er ligt enorm veel sneeuw voor de tijd van het jaar, ze hebben hier een lange winter achter de rug met extreem veel sneeuwval, ik heb geluk er loopt een spoor, waarschijnlijk is een herder met z'n schapen van de anderzijds de pas overgestoken. Om 12.00 bereik ik hijgend en vermoeid het hoogste punt. Het weer aan de andere zijde ziet er dreigend uit, even uithijgen en dan maar snel verder. De afdaling gaat door een behoorlijk stijl sneeuwcoulair, even goed uitkijken moet hier geen uitglijder maken. Ik daal langzaam af de vallei in, de grijze wolken pakken samen en het begint te regenen en flink te onweren, om ca. 16.00 bereik ik weer bebost gebied, zit nu op zo'n 3200m en ben moe, volgens de info die ik in Sangla had gekregen zou ik al vanaf de pas in de verte een dorpje moeten kunnen zien, voorlopig heb ik nog niks gezien en krijg een beetje een naar gevoel, het begint steeds harder te regenen, besluit nog een uur door te lopen in de hoop uitzicht te krijgen op een dorpje. Om 17.00 zit ik op 2900m en nog steeds in de verste verte geen dorp te bekennen. Shit wat moet ik nu doen, heb nog voor 2 dagen eten (precies genoeg om weer in Sangla te komen), als ik morgen doorloop en | | |  | | | | | vgeen dorp tegen kom heb ik nog maar voor 1 dag eten en zou het 3 dagen teruglopen zijn naar Sangla...zwaar probleem...na flink schelden besluit ik geen risico te nemen, ik keer terug naar Sangla. Het is echt slecht weer, om 18.00 vind ik een groot overhangend rotsblok een mooie droge schuilplaats. Tjee ik ben verrot maak een soepje en een noodle en om 19.00 kruip ik in m'n slaapzak. Maak me een beetje zorgen voor morgen, het is zo slecht weer, daarboven moet nu veel sneeuw vallen en morgen moet ik koste wat het kost de Rupinpas weer overschrijden, ook bij slecht weer, anders raak ik door m'n eten heen. Na een onrustige nacht sta ik om 4.30 op, t'is koud en de pas zit zwaar in de wolken, gelukkig is het droog. Noodle maken een kop thee en op pad. De lucht breekt even open, met m'n verrekijker bestudeer ik de te volgen route en maak snel een kompaspeiling voor het geval het wolkendek zich weer sluit. Boven de 4000m begint het weer zachtjes te sneeuwen, alles is zo enorm wit, doet zeer aan m'n ogen. M'n gletsjer bril ligt in Nederland, heb hier alleen een simpel brilletje zonder goede UV-bescherming. Met sporttape plak ik m'n bril op twee spleetjes na dicht en maak er wat zijflappen aan zodat het geheel goed afsluit tegen het gezicht. Elke meter die ik hoger kom word het zwaarder, 10, 20 stappen en weer uithijgen om het uur neem ik een langere pauze, het lichaam schreeuwt om brandstof. Hijgend sta ik weer onder het 150m hoge coulair, het is stijl en door de verse sneeuw behoorlijk glad, ben blij met de stok die ik vanmorgen in het bos heb opgeraapt gebruik hem als pickel, ram hem in de sneeuw en weer een stap omhoog. Eindelijk boven, sta weer op 4625m een last valt van me af vanaf nu is het simpel, alleen nog maar afdalen. Op 3900m. vind ik een oude stenen hut, het is inmiddels weer gaan regenen, het dak is half ingestort maar er is nog genoeg ruimte om droog te kunnen liggen. Leg m'n slaapzak uit zet een soepje en ga wat slapen, s'avonds breekt de lucht open en gaat de zon nog even flink schijnen. Het is een mooie plek, in de nabij gelegen beek neem ik een bad. Vanuit m'n slaapzak kijk ik door het ingestorte dak naar de sterrenhemel neem nog een slok whisky en ga slapen. Wordt wakker met de zon in m'n gezicht het is mooi weer, vandaag een makkelijke dag, rustig afdalen naar het dorp. Maak m'n ontbijtje, laat alles even flink doorluchten en zit te genieten van de omgeving. | | |  | | | | |
| | |  | | | | |
| | | | | |  | | | | | | Om 10.00 vertrek ik richting het dorp. Ik kom twee mensen tegen ze zijn hout aan het sprokkelen, we raken in gesprek en nodigen me uit met ze mee te gaan. Ze hebben hier in de bergen een hutje en wat landbouwgrond, vanmiddag werken ze hier en vanavond zullen ze afdalen naar Sangla waar hun echte huis staat. Het blijkt een hele familie, twee broers een zus en hun moeder, ik eet met ze mee en help mee een stenen muurtje te bouwen. Ze nodigen me uit met ze mee te lopen naar Sangla en in hun huis te overnachten. De volgende dag nemen we afscheid. Bob en Ernie hebben mij vertelt dat als alles volgens planning loopt ze 5 juni met hun kamp in Sarahan zullen staan. Het is nu 4 juni en ik besluit morgen de bus te pakken en ze op te gaan zoeken. Na een lange dag bussen kom ik in Sarahan en inderdaad zie ik net boven het dorp het kampement. Ze zijn blij me te zien en Bob komt met open armen op me af, we vieren het samenzijn met een glaasje whisky. Blijf vannacht weer in het kamp slapen en we worden verwend met de kookkunsten van hun kok. ‘s Morgens nemen we afscheid, het kamp wordt opgebroken de ezels en paarden zijn ingewisseld voor een 4x4 Jeep en ze vertrekken vandaag naar het noorden. Ga het dorp in en neem een hotel, plannen maken voor de komende weken. Ik besluit de Spiti valley in te gaan, om hier te komen moet je door een restricted area, de benodigde permits zijn te verkrijgen in het plaatsje Recong Peo. Ik heb mazzel s'avonds tijdens het eten ontmoet ik een getrouwd stel, zij is Zwitsers en hij is Frans, we raken aardig aan de praat en ze blijken met een gehuurde Jeep incl. chauffeur en gids rond te trekken. Morgen gaan ze dezelfde kant op als ik, ze bieden me een lift aan.
Dik jongetje Moet nog een stukje met de bus...shit we stoppen...weer een landslide, in het ravijn ligt een bus in de kreukels, een luguber gezicht. Het blijkt een paar dagen geleden te zijn gebeurd, de bus moest stoppen voor de landside de passagiers zijn uitgestapt en toen is de bus meegesleurd door een nieuwe verschuiving. De aarde is nog steeds in beweging en met grote regelmaat komen er stenen ter grote van voetballen en tennisballen naar beneden suizen, er is niet veel keus moet toch naar de andere kant, mensen kijken met ontzag naar boven en zetten het dan op een rennen om over de landslide te komen, ik doe hetzelfde wacht tot er weer wat stenen langs schieten en zet het op en rennen, opgelucht bereik ook ik heelhuids de overkant. Nu waagt een dik jongetje de oversteek, er beginnen weer stenen te vallen, hij rent zo hard hij kan, de stenen schieten aan alle kanten langs hem heen. Het is doodeng maar cynisch genoeg ook wel een grappig gezicht, hijgend en met een kop als een tomaat heeft ook hij het gehaald. In Recong Peo aangekomen lever ik bij het district office 3 pasfoto's en een kopie van pasport en visa in, 2 uur later kan ik de benodigde permit op halen en heb dus toestemming de restricted area in te gaan. Op naar Spiti. De Spiti valley is een compleet ander landschap, het is een maanlandschap, droog stoffig en erg ruig. Het is een woestijn landschap met kale geërodeerde bruine rotsen. Ik had al gehoord dat de weg ook hier versperd is door een landslide, daar aangekomen geloof je je ogen niet het lijkt alsof de halve berg in elkaar is gezakt er wordt al weken hard gewerkt om er weer een weg doorheen te maken, het grootste probleem vormt een kolkende watermassa die in het midden van de aardverschuiving naar beneden dendert. Zelfs te voet kunnen we niet oversteken, het water is te hoog. Ben gedwongen hier te overnachten, in de bus heb ik een Indiase familie ontmoet, ik ga met ze mee naar een nabij gelegen klein huisje, hier maken we wat eten en slapen op het platte dak onder de blote sterrenhemel, na 4 vallende sterren val ik in slaap. In de ochtend is het water wat lager en kunnen we oversteken. Met slechts een natte voet ben ik blij aan de overkant te staan. Midden door dit desolate landschap stroomt de zgn. Spiti rivier gevoed door het smeltwater van de himalayareuzen. Langs de rivier en tegen de rotsen liggen hier en daar kleine dorpjes vaak omringd door groene akkertjes, ze zien eruit als een kleine oase in dit maanlandschap. Ik bezoek hier wat kloosters en in sommige kan ik blijven slapen en eet samen met de monniken in de donkere keuken. Deze hele reis sinds het vertrek uit Nederland lijkt wel een tijdreis, elke keer weer een stapje verder terug in de tijd, slaap soms in kamers zonder elektriciteit, zonder stromend water, zonder toilet. Er wordt gekookt op een met hout of gedroogde mest gestookt vuurtje, de mensen eten hier met hun handen de rijst van hun bord en zien er uit alsof de tijd 100 jaar heeft stilgestaan.
Sneeuwlawines Het wordt voor mij tijd om langzaam richting de bewoonde wereld terug te keren. Via de steden Manali en Shimla hoop ik weer in Delhi aan te komen. Om in Manali te komen moeten twee hoge bergpassen worden overgestoken de Kunzum Pass (4551m) en de Rohtang Pass (3980m). De weg hieroverheen is nog steeds niet begaanbaar voor bussen, elk jaar opnieuw is na de winter een groot gedeelte van de weg kapotgeslagen of gewoon helemaal weg geschoven door lawines en aardverschuiving. Vooral na deze extreme winter is het een groot probleem. Ik heb geluk sinds enkele dagen is de weg enigszins begaanbaar voor de vierwiel aangedreven jeeps. Na enig zoeken kan ik met een Jeep mee, we zitten met 9 mensen in de Jeep gepropt maar ik ben blij dat ik mee kan naar de bewoonde wereld. We vertrekken om 9.00, de weg is enorm slecht. De eerste pas komen we zonder al te grote problemen over, het is | | |  | | | | | een machtig gezicht, we rijden met de Jeep op grote hoogte tussen de enorme zesduizenders. Tussen de twee bergpassen in beginnen de problemen. Het is hier een grote bende van aardverschuivingen en sneeuwlawines, ze hebben er met dynamiet letterlijk een weg doorheen geblazen, ongelooflijk we stuiteren over rotsen en rijden tussen metershoge sneeuwmuren. De auto begint te slippen, we stappen uit en zowel links als rechts van de jeep rijst een sneeuwmuur van 4 a 5 meter, je voelt je klein. Met mankracht duwen we de auto door de sneeuw, het lukt de auto krijgt weer grip en we rijden verder. 10 minuten later staan we weer vast in de volgende sneeuwlawine, het ziet er slecht uit de achterbanden hebben zich diep ingegraven, we duwen als gekken maar het helpt niet. We beginnen de banden uit te graven en maken een spoortje van stenen. De motor begint te draaien, wij zetten ons schrap, de chauffeur geeft gas en wij geven alles wat we hebben, langzaam komt er beweging in, we zijn opgelucht we kunnen weer verder, ik kreeg alweer visioenen van gedwongen overnachtingen. Wijs geworden door ervaring heb ik de laatste dagen wel altijd voor twee dagen eten in m'n rugzak en een 1/2 liter benzine in de brander, je weet het maar eens niet. De rit gaat verder soms stromen er complete rivieren over de weg, je denk nu is het echt goed mis dat gaat nooit lukken, maar telkens weer gooit de chauffeur de jeep in het water en ramt hem er dwars doorheen. Na een rit van 11 uren die ik niet snel zal vergeten komen we aan in Manali. Een beetje cultuurschok krijg ik wel, het barst hier van de hotels, restaurants, toeterende auto's, tjemig wat een drukte komt er opeens op je af, welkom terug in de wereld! Ik besluit wat naar de rand van de stad te lopen in de hoop een rustig hotelletje te vinden. Hier kom ik een tibetaans klooster tegen, besluit eens naar binnen te lopen, raak aan de praat met een monnik en wordt uitgenodigd te blijven slapen in het klooster, ze hebben geen vrije kamers maar ik kan bij een monnik op z'n kamer liggen. Is ook wel weer een aparte ervaring, blijf hier twee dagen eet soms met de monniken mee en ga s'middags de stad in. Ook hier neem ik weer afscheid en vertrek met de bus naar Shimla. Aangekomen in Shimla ga ik naar het hotel waar we zo'n 4 weken geleden ook geslapen hebben en een deel van de bagage hadden achtergelaten. Krijg een kamer met balkon, fraai uitzicht een badkamer met toilet, elektriciteit, een warme douche, een TV. Ik begin weer langzaam aan de luxe te wennen. Vooral zo'n warme douche is erg lekker, de afgelopen weken bestond het wassen uit jezelf nat gooien met een kannetje water, meestal koud water. Morgenavond vertrek ik met de nachtbus naar Delhi. Het einde van de reis komt nu wel heel erg dichtbij. Het is ook wel genoeg geweest, heb zin om naar huis te gaan, terug naar m'n huisje, het weerzien van familie en vrienden weer eens lekker gaan klimmen, ja ik kijk er naar uit! In Delhi zit de temperatuur nog steeds rond de 40 graden, ik kom 22 juni s'morgens aan in Delhi en zal in de avond van 23 juni richting het vliegveld vertrekken. Besluit mezelf deze laatste twee dagen lekker te trakteren op een veelste duur hotel met zwembad. Om 01.45 uur s'nachts zal het vliegtuig vertrekken, overstappen in Oostenrijk en om ca. 10.00 op schiphol aankomen. Ik gaat er een eind aan breien. Rest mij nog iedereen te bedanken voor de gestuurde mailtjes, was altijd weer iets om naar uit te kijken, dankjewel. Tot ziens in Nederland!!!
Slotwoord: Wat is de wereld toch mooi!! |
|
|